Emiel Hullebroeck

Categorie:componist
Gentbrugge, 20.02.1878 - Liedekerke, 28.03.1965
Genre(s):Klassiek, chanson

Biografie

Emiel Hullebroeck kreeg zijn eerste muziekopleiding op zijn negende jaar, als koraaltje in de Sint-Annakerk in Gent. Hij leerde er gregoriaans zingen en kreeg er ook de eerste begrippen van notenleer. Hij studeerde verder aan het conservatorium van Gent bij Oscar Roels (notenleer), Paul Lebrun (harmonie) Jozef Tilborghs (orgel) en Adolphe Samuel (contrapunt en fuga en compositie). Na zijn studies stichtte hij in 1899 het Gentse A Capellakoor, een kamerkoor van eerst zestien, later dertig geschoolde stemmen. Het was een uitstekend koor dat prijzen haalde op internationale concoursen in Brest, Rijsel, Reims en Parijs. Met het kamerkoor bracht hij vooral oude muziek, wat in die tijd niet evident was. Om het publiek vertrouwd te maken met de muziek van de polyfonisten lichtte hij de werken toe. Het uitbreken van de eerste wereldoorlog zou het einde van het Gents A Capellakoor betekenen, maar in die vijftien jaar heeft Hullebroeck bijzonder nuttig werk gedaan door het publiek kennis te laten maken met zowel oude koormuziek van onder anderen Palestrina – de Missa Papae Marcelli was een van zijn lievelingswerken – als met werk van Vlaamse collega’s als Tinel, Waelput en Mestdagh. Ondertussen was Hullebroeck ook zelf beginnen componeren: verschillende orkestwerken, het lyrisch drama Aleidis (1913), het oratorium Kunstvisioen (1913). Maar meer succes zou hij behalen met zijn liederen in volkstrant. Omdat hij aanvankelijk geen uitgever vond om die liederen te publiceren, besloot hij ze dan maar in eigen beheer uit te geven. In zijn eerste liedbundel stak meteen een van zijn beroemdste liederen, namelijk Moederke alleen op tekst van René De Clercq. Van die eerste bundel verschenen er zeventien drukken. In totaal zou hij negentien bundels publiceren, samen goed voor 114 liederen. De zesde bundel haalde 22 drukken. De verkoop nam zo’n vaart dat hij zijn liederen uiteindelijk toch bij de muziekuitgever Alsbach in Amsterdam moest onderbrengen. Enkele van zijn liederen bleven in het collectieve geheugen hangen: Hij die geen liedje zingen kan, Tineke Van Heule, De Blauwvoet, Moederke alleen, De wiegende mijnwerke! r, Hemelhuis, De gilde viert. De enorme populariteit van zijn liederen laat zich verklaren door de combinatie van een goed in het oor liggende melodie, een regelmatig, maar aanstekelijk ritme, een ongecompliceerde strofische opbouw en een eenvoudige aansprekende tekst. Zijn belangrijkste tekstdichters waren Lambrecht Lambrechts, René De Clercq en Willem Gijssels. De beperkte tessituur en eenvoudige pianobegeleiding maakten de liederen ook door amateurs zingbaar, wat de grote verkoop van de bladmuziek verklaart. In 1904 werd hij door Algemeen Nederlands Verbond gevraagd om een muziekvoordracht over Peter Benoit te houden en dat bleek zo’n succes dat hij door socio-culturele verenigingen in heel Vlaanderen en ook in Nederland werd gevraagd. Als introductie op de liedavond hield Hullebroeck eerst een voordracht en daarna werd er collectief gezongen. Tussen 1904 en 1934 zou Hullebroeck meer dan tweeduizend van dergelijke liederavonden hebben verzorgd. Tijdens de eerste wereldoorlog week Hullebroeck uit naar het neutrale Nederland waar hij optrad voor de Belgische vluchtelingen en voor het Werk der Vlaamse Oorlogsmeters, een organisatie waarin zijn vrouw actief was. Tijdens die eerste wereldoorlog schreef hij ook een aantal oorlogsliederen waarin hij de situatie van de Vlaamse soldaten aan het front aanklaagde. Deze liederen met titels als De boeven van Fresnes, De verworpelingen van den IJzer en De weezang van Auvours verschenen in Hullebroecks zeventiende liedbundel. In 1915 trok Hullebroeck op concerttournee naar Nederlands-Indië. Hij raakte er gecharmeerd door de autochtone muziek en bewerkte een aantal inheemse liederen. Over die reis bracht hij verslag uit in het boek Ons mooi Insulinde. Reisindrukken. Later maakte hij ook concertreizen doorheen Zuid-Afrika (1920) en de Verenigde Staten (1923) voor de Vlaamse migranten aldaar. Tussen 1926 en 1934 componeerde Hullebroeck zeven operettes. Het meeste succes kenden Sepp’l (libretto van Louis De Vriendt en Lambrechts; 1926) en Het meisje van Zaventem (Henri Caspeele; 1934). Sepp’l ging in de Folies Bergères in Brussel in première en haalde meer dan 2.500 uitvoeringen. Naast compositorische had Hullebroeck ook pedagogische talenten. Zo was hij van 1902 tot 1937 leraar aan de rijksnormaalschool in Gent en in 1912 publiceerde hij een eigen notenleermethode met als titel Notenleer door het lied. De notenleerlessen, geput uit de werken van onze beste Vlaamsche componisten en uit den rijken liederenschat der middeleeuwen, staan zowel in het gewone notenschrift als in cijferschrift genoteerd. In opvolging van Paul Gilson was hij van 1930 tot september 1944 algemeen inspecteur van het muziekonderwijs. In 1922 stichtte Hullebroeck sament met Jef Denijn de vereniging Onze Beiaarden met als bedoeling de Vlaamse beiaardkunst in binnen- en buitenland te promoten. In dat zelfde jaar startte hij, met Lambrechts als redactiesecretaris, ook het tijdschrift Muziekwarande. Dit behoudsgezinde tijdschrift zou verschijnen tot in 1931 en het is voor die periode van de Vlaamse muziekgeschiedenis nog altijd een belangrijke bron van informatie. Nog in 1922 stichtte Hullebroeck, samen met onder anderen Lodewijk Mortelmans, Jef Van Hoof en Arthur Wilford, het Genootschap der Vlaamse componisten om de rechten van de Vlaamse componisten beter te verdedigen. Vanuit die vereniging richtte hij NAVEA op, de Nationale Vereniging voor Auteursrechten waarmee hij het monopolie van de Franse auteursrechtenvereniging SACEM (Société des auteurs, compositeurs et éditeurs de musique) doorbrak. In 1923 telde de vereniging honderd leden, tien jaar later waren er al vijfhonderd en nog eens tien jaar later 1.800. De geïnde bedragen evolueerden van 17.000 fr. in 1923 tot meer dan 2 miljoen in 1937. Via NAVEA had Hullebroeck ook internationale contacten. In 1934 werd hij afgevaardigde en vier jaar nadien secretaris van de Bestendige Internationale Raad der Componisten die werd voorgezeten door Richard Strauss. In 1945 werd NAVEA hervormd tot SABAM. Hullebroeck heeft zich ook sterk geëngageerd in de Vlaamse Beweging. Hij componeerde strijdliederen en dirigeerde op verschillende Vlaams-nationale zangfeesten, ook op de oorlogszangfeesten. Vanaf 1939 was hij ook actief in de Federatie der Vlaamsche Kunstenaars, een kunstenaarscoöperatieve die tijdens de tweede wereldoorlog de steun van de Duitse bezetter had. Na de oorlog werd Hullebroeck van culturele collaboratie beschuldigd wegens het ondersteunen van de politiek van de vijand. Maar omdat hij in 1943 al zijn bedrijvigheden had gestaakt werd hij op 5 augustus 1947 door het Brussels krijgsauditoraat buiten vervolging gesteld. Wel werden hem levenslang zijn burgerrechten ontnomen, wat al een jaar later werd teruggebracht tot zes jaar. Op 10 november 1950 werd hij in ere hersteld en in 1952 werd hij erevoorzitter van SABAM. Ook bleef hij meewerken aan allerlei Vlaams-nationale manifestaties, zoals zangfeesten, IJzerbedevaarten en 11 juli-vieringen! . Emiel Hullebroeck heeft een belangrijke rol gespeeld in de Vlaamse liedbeweging en in het streven naar een sociaal statuut voor de kunstenaar. Toch heeft hij door zijn conservatieve houding tegenover muzikale vernieuwingen remmend gewerkt op de ontwikkeling van het Vlaamse muziekleven. (Jan Dewilde, Studiecentrum voor Vlaamse Muziek)

Selectieve discografie als componist

Als de Kerels te gare zijnAls de Kerels te gare zijn (2006)
20ste eeuw, romantiek
François Glorieux, Jan Huylebroeck, Koen Crucke, Wim Berteloot, François Glorieux, Johan De Stoop, Remi Ghesquière, Emiel Hullebroeck (...)
Lied van mijn Land 2Lied van mijn Land 2 (2005)
20ste eeuw, romantiek
Gaston Nuyts, Scheldekoor, Jan Fossey, Jef Van Hoof, Walter Hill, Arthur Meulemans, Jan Broeckx, Emiel Hullebroeck (...)
Over levenskunst met fingerspitzengefühlOver levenskunst met fingerspitzengefühl (2005)
Klassiek
Peter Benoit, Katleen De Vylder, Elias Gistelinck, Emiel Hullebroeck, Marcel Tournier, Felix Mendelssohn-Bartholdy, Giovanni Battista Pescetti, César Franck (...)
Spellewerk - KantwerkstersliedjesSpellewerk - Kantwerkstersliedjes (2004)
traditionele folk
Jo Van Bouwel, Els Vandeputte, Greet Wuyts, Guy Buyse, Emiel Hullebroeck, anoniem
Sacred SongsSacred Songs (2002)
20ste eeuw, romantiek
Wilfried Van den Brande, Jan Van Mol, Emiel Hullebroeck, Lodewijk De Vocht, Renaat Veremans
Tota pulchra es - Vlaamse religieuze muziekTota pulchra es - Vlaamse religieuze muziek (1999)
Jan Van Mol, Cristel De Meulder, Sarah Van Mol, Noëlle Schepens, Jef Van Hoof, Emiel Hullebroeck, Gaston Feremans, Edgar Tinel (...)
Emiel HullebroeckEmiel Hullebroeck (1989)
romantiek
Koen Crucke, Vlaams Radio Koor (VRK), Emiel Hullebroeck, Fernand Terby
E. Hullebroeck - De gilde viertE. Hullebroeck - De gilde viert (1989)
koormuziek, 20ste eeuw, operette
BRT Koor, Emiel Hullebroeck, Fernand Terby, BRT filharmonisch orkest, Vic Nees
"Tonada" "Tonadilla""Tonada" "Tonadilla" (1973)
romantiek, 20ste eeuw
Aimee Thonon, Béla Bartók, Freddy Sunder, Hector Berlioz, Koor Koninklijk Lyceum Oostende, Emiel Hullebroeck, Françis Poulenc, Johann Strauss (...)
The bells of BrugesThe bells of Bruges
romantiek, beiaardmuziek, 20ste eeuw, classicisme
Eugeen Uten, Traditional, Ludwig Van Beethoven, Franz Schubert, Wolfgang Amadeus Mozart, Richard Wagner, Ignace Pleyel, Franz Schubert (...)

Auteur van

Zang en strijdZang en strijd (1952)
Klassiek
Hullebroeck
BeiaardenBeiaarden
beiaardmuziek
Hullebroeck

Verwante items in de databank

Documenten:Vlamingen van beteekenis. VII (biografie)
De Gentse Conservatoriumbibliotheek (boek)