Technotronic

Categorie:artiest / groep
Genre(s):Dance & Electronica

Biografie

Uit het Belgische pop- & rockarchief:
Technotronic is een project aan het begin van de jaren negentig van de Belgische producer Jo Bogaert, vergelijkbaar in roem en opzet met bvb. C+C Music Factory, Snap, S'Express en Soul 2 Soul.

In 1983-84 was hij de toetsenist voor de groep White Light (intimistische, sobere, Velvet-Underground-achtige songs). Na de split werd hij een solo-doe-het-zelver op zijn zolderkamer in Aalst. Tijdens de hoogdagen van de New-Beat bracht hij platen uit onder een aantal pseudoniemen als Nux Nemo en Acts of Madmen.

In tegenstelling tot het merendeel van de andere producers bleef Bogaert echter niet stilzitten op dit punt, maar bleef verder sleutelen aan een eigen geluid, gebaseerd op New Beat en house, en huurde hij een aantal zangers in om zijn songs te brengen.

Het resultaat : "Pump up the jam", het eerste in een reeks van hits door Technotronic, zoals dit project gedoopt werd. Deze songs werd op het podium gebracht door de blauwgelipte Felly, maar werd in de studio gerapt door de Zaïrese Manuela Kamosi (Ya Kid K). De single deed het uitstekend in bijna alle landen van de wereld, en werd nummer 1 in de hitparades van een groot aantal hiervan (in de bilboard U.S. charts bleef het echter jammer genoeg op 2 steken, zodat "Dominique" van Soeur Sourire daar de grootste Belgische hit blijft). In totaal werden er van "Pump up the jam" wereldwijd meer dan 3,5 miljoen exemplaren verkocht.

Andere gezichten en stemmen voor het project kwamen van MC Eric (een nederlanse rapper) op "This beat is Technotronic" en Ya Kid K (die dus ook voor het voetlicht mocht treden - haar vinden we later terug op de hit van Hi Tec 3 "Spin that wheel" en in 2001 zelfs op een nummer van DAAU). Deze opvolgers van "pump up the jam" verkochten ook uitstekend, maar misten misschien wel het verrassingseffect van de eerste single. Opvolger "Get up (before the night is over"-)" bleef weliswaar steken op ongeveer 1,9 kopiëen, maar toonde toch duidelijk dat Technotronic geen "one-hit-wonder" was.

Voor de tweede plaat, "Body to body" uit 1991, deed hij beroep op de Reggie, een van de twee vrolijke dames die bekend werden met Indeep (herinner u "Last night a DeeJay save my life"). Deze plaat genereerde niet half zoveel verkoop als de eerste, alhoewel de single "Move that body" tot nummer 5 van de Billboard-charts in de Verenigde Staten opklom (dankzij het gebruik ervan in een commercial van Revlon). Op het thuisfront was Bogaert intussen ook gepasseerd door een ander duo Belgische producers, namelijk Two Unlimited. In 1996 kwam het trouwens even tot een samenwerking tussen Technotronic en CBMilton en Phil Wilde uit die groep voor "Move it to the rhythm".

Jo Bogaert bracht in 1993 ook een plaat uit onder zijn eigen naam (Different voices), met een meer experimentele aanpak van electronische muziek. In 1996 deed hij een project genaamd "Milennium". Uit de bio : "Millennium is een project van Belgisch producer Jo Bogaert (van Technotronic-faam) dat put uit een extreem gevarieerde reeks van bronnen : een originele mix van electronische beats, akoestische klanken en ongewone songstructuren. Geholpen door de gitaar van Michael Brook en de sporadische viool van Chikako Sato, en onder de prachtige stemmen van de befaamde Robert Wyatt en de niet zo befaamde Blissphemy, komt Bogaert hier tot een erg overtuigende hybride vorm. Niet echt geluidslandschappen, niet echt songs, maar iets daartussen. Vijf jaar geleden zou deze muziek onmogelijk geweest zijn, nu klinkt dit erg op zijn gemak in de mid jaren negentig."

Jo Bogaert was in de jaren tachtig en negentig ook regelmatig in de weer als producer van "gewone" rockgroepen (bijvoorbeeld Mensen Blaffen, Gorki, An Pierlé ...), en toonde zelfs dat hij sandalen droeg bij de mooie productie van - op het eerste gezicht erg onwaarschijnlijke combinatie- folk-hippie Jan de Wilde.

In 2000, ging hij echte opnieuw aan de slag onder de Technotronic vlag. Eerst kwamen er twee singles "Like This" en "G-Train" met Monday Midnite (een clubdeejay in Antwerp), en dan kwam er het latin-getinte "The Mariachi", waarvoor Ya Kid K overhaald werd om opnieuw de vocals te komen doen.
Een jaar later sprong Jo Bobaert dan weer op de kar van de Moby-bluessamples, met de song "Runaway Blues" , waarvoor hij voice samples gebruikte van zangeres en blueslegende Vera Hall (dezelfde stem is ook te horen op Moby's "natural blues", herinner u "trouble so hard").

(Auteur: Dirk Houbrechts)

Best ofBest of (2012)
Dance & Electronica
Technotronic

Verwante items in de databank

Persknipsels/Artikels:
(Wat is dit?)
Van Technotronic tot Milk Inc.: 20 jaar Belgische dance (29.09.2009)
'We hebben de boot gemist' (19.09.2009)
De guerrillapraktijken van een frontsoldaat (01.09.2004)
Overtroefd door de maffia (24.08.2004)